Wie doet wat bij Stichting PAS? Hoe zorgt ieder op zijn eigen manier voor meer kansengelijkheid voor kinderen in Arnhem en de regio? In een reeks interviews maken we kennis met de mensen achter PAS. Met deze keer: Carlijn Bleumer, logopedist. “Dit werk heeft mijn wereldbeeld echt veranderd.”
Waarom koos je voor deze baan?
“Dat is inmiddels alweer zeven jaar geleden. Ik zag de vacature voor logopedist bij Stichting PAS toen ik nog bij een logopediepraktijk werkte. Wat me direct aansprak: hier heb je als logopedist een heel andere rol. Je werkt niet een-op-een met een kind dat met een probleem bij je komt, maar preventief. Ik kijk mee op de groep bij VVE-kinderopvanglocaties. Dit zijn plekken die Voor- en Vroegschoolse Educatie bieden aan peuters met een risico op taal- en onderwijsachterstand. Ik signaleer welke kinderen extra ondersteuning kunnen gebruiken. Daarnaast begeleid en school ik samen met mijn collega-logopedisten de pedagogisch professionals.”
Wat vind je het mooiste aan je werk?
“Het contact met de kinderen. Het is geweldig om ze te zien vooruitgaan. Soms maak ik me veel zorgen om een kind en geef ik aan dat het ondersteuning nodig heeft, zoals logopedie. Als ik dan na een tijdje zie dat het effect heeft, geeft dat enorm veel energie. Bijvoorbeeld dat het kind naar het reguliere onderwijs gaat en helemaal opbloeit. Ik heb daar dan zelf niet direct iets aan bijgedragen, want ik geef die logopedie niet zelf. Maar ik gaf wel het eerste aanzetje.”
Wat gebeurt er met zo’n kind als het de juiste hulp krijgt?
“Een kind dat voorheen weinig voor elkaar kreeg, omdat het communicatief niet vaardig genoeg was, kan zichzelf dan ineens wél redden. Het kan zich verstaanbaar maken, duidelijk zeggen wat het bedoelt of nodig heeft. Het kind krijgt een stem. En dan gaat ook het welzijn echt vooruit. Je ziet ineens dat het vriendjes gaat maken, of dat het voor zichzelf opkomt.”
Wat is jouw missie binnen PAS?
“Ik wil graag een verschil maken, op welke manier dan ook. Groot of klein. Dat doe ik onder andere door kinderen goed te observeren. Dingen die een pedagogisch professional misschien over het hoofd ziet, vallen mij op, omdat ik wat meer van een afstand kan kijken. Als bijvoorbeeld het idee heerst dat een kind weinig kan, dan breng ik in wat ik het wel heb zien doen. Dat kan de professional motiveren om het kind wat meer aandacht te geven. En dat geeft het kind op zijn beurt het zelfvertrouwen om te laten zien wat het in huis heeft. Ik vind het mooi om mensen zo anders naar een kind te laten kijken, waardoor het meer kansen krijgt.”
Op welke manier draag jij als logopedist bij aan kansengelijkheid?
“De hele wereld is taal. Dus als je niet begrijpt wat mensen zeggen, kom je niet mee. Zonder taal kom je nergens: niet op school, niet in sociale contacten en later ook niet op de arbeidsmarkt. Hoe vroeger je taalproblemen signaleert, hoe minder een kind hoeft in te halen. En hoe groter de kans dat het met de juiste begeleiding dezelfde kansen krijgt als andere kinderen.”
Wat is de belangrijkste les die je zelf leerde door dit werk?
“Ik realiseerde me pas toen ik bij PAS kwam werken hoe bevoorrecht ik ben opgegroeid. Met ontzettend veel kansen. Ik kon op een sport, naar zwemles, er waren boeken in huis. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Zelfs een boek in huis is niet voor iedereen normaal. Dat was een echte eye-opener: dat er zo’n groot verschil is in hoe kinderen opgroeien. En dat besef drong pas tot me door toen ik hier begon. Toen was ik al dertig! Dit werk heeft mijn wereldbeeld echt veranderd.”
Wat deed dat besef met jou?
“Sindsdien kijk ik met een andere blik en pak ik dingen net anders aan. Vroeger dacht ik: je kan toch gewoon een boek lezen met je kind? Zoiets zeg ik nooit meer. Want ‘gewoon iets doen’ geldt niet voor iedereen. Ik probeer nu juist mee te denken met ouders: wat kan en lukt wél? En het maakt me ook bewuster van wat ik mijn eigen kinderen meegeef.”
Wat is de mooiste reactie die je kreeg van een ouder?
“We krijgen niet vaak feedback van ouders, omdat we problemen vooral signaleren en niet zelf oplossen. Maar de keren dat het wel gebeurde, zijn me bijgebleven. Zoals een moeder die er maar niet in slaagde haar kind te laten stoppen met de speen. Ik heb haar moed ingesproken en de tip gegeven een stukje uit de speen te knippen. Een paar weken later kreeg ik een mail vol dankbaarheid: het was gelukt, omdat ze door mij die stap had durven zetten. Dat deed me goed.”
Als je één ding mocht veranderen voor de kinderen met wie je werkt, wat zou dat zijn?
“Ik gun elk kind een taalrijke thuisomgeving. Een kast met boeken, waaruit daadwerkelijk wordt voorgelezen. Dat er veel met hem of haar wordt gepraat. Dat de mensen om het kind heen het belang van taal inzien. Dan krijgt een kind een fantastische basis mee, waarmee het de rest van zijn leven vooruit kan.”
Heb je een advies voor mensen die zich ook willen inzetten voor kansengelijkheid?
“Begin gewoon. Het hoeft niet iets groots te zijn. Je ziet al snel dat je iets voor een ander kunt betekenen. Als iedereen dat kleine verschil zou maken… dan zou de wereld er heel anders uitzien. Want dat is nog steeds mijn ultieme wens: dat organisaties als Stichting PAS ooit overbodig zijn.”
