Maak kennis met… onze intermediair Hasbia Ouali

Hasbia Ouali

Wie doet wat bij Stichting PAS? Hoe zorgt ieder op zijn eigen manier voor meer kansengelijkheid voor kinderen in Arnhem en de regio? In een reeks interviews maken we kennis met de mensen achter PAS. Met deze keer: Hasbia Ouali, intermediair. “Als de kinderen opbloeien, doe ik dat ook.”

Waarom solliciteerde je vijf jaar geleden op deze baan?
“Omdat ik vind dat ieder kind recht heeft op dezelfde kansen. Dat is niet vanzelfsprekend: het onderwijssysteem kan best ingewikkeld zijn, zeker als je er als ouder niet goed de weg in weet. Als intermediair sla ik een brug tussen de kinderen, hun ouders, school en soms andere instanties. Ik neem onduidelijkheden weg, geef zelfvertrouwen of begeleid in een andere richting. Iedereen wil het beste voor een kind, alleen verschillen we soms in visie wat daarvoor nodig is.”

Wat is jouw visie?

“Ik kijk samen met ouders, leerkrachten en anderen om het kind heen: hoe zien jullie dit kind? En is dat ook wat we willen zien, of is er iets nodig? Vaak is er iets nodig, en dan kijk ik wat. Daarbij geldt: hoe vroeger we erbij zijn, hoe beter. Ik kan ondersteuning regelen op het gebied van taal, spraak, motoriek of gedrag. Maar het belangrijkste vind ik of een kind op zijn plek zit. Ouders willen vaak vooral het hoogst haalbare niveau, maar ik kijk ook of een kind plezier heeft op school, iets leert en groeit. Als je goed in je vel zit, groei je, figuurlijk en zelfs ook letterlijk. Het gaat om het totaalplaatje.”

Wat vind je de leuke kanten van je werk?
“Ik praat niet alleen een-op-een met ouders, ik geef ook wekelijks oudercursussen. Ik vind het prachtig om ouders in hun kracht te zetten en te laten zien dat ze zelf een mooi voorbeeld zijn. Dat ze elkaar dingen kunnen leren. Het is dankbaar om te zien hoe dat hen helpt. Daarbij gebruik ik ook mijn eigen ervaring als moeder van drie kinderen.”

Welke van jouw eigenschappen komen hierbij goed van pas?
“Ik zie alles en ik hoor alles. Mijn intuïtie laat mij zelden in de steek. Mensen vertrouwen mij ook snel. Ze kunnen me laagdrempelig bereiken. Daarvoor moet je er echt zíjn, niet alleen zeggen dat je er bent. Daarom ben ik de eerste twee uur van mijn werkdag altijd beschikbaar voor ouders die willen bellen of binnenlopen. Ik kijk ook goed om me heen: zijn er ouders die me willen benaderen, maar dat niet durven of niet goed weten hoe? Daarvoor moet je voelsprieten hebben en invoelend zijn.”

Wat zijn voor jou hoogtepunten in een werkdag?
“Bijvoorbeeld de huiswerkbegeleiding, een van mijn projecten. Dat klinkt niet iedereen als muziek in de oren, maar ik vind het prachtig om te zien hoe de kinderen ernaar uitkijken. Dat geeft me energie. We organiseren het bewust in het nabijgelegen buurtcentrum, om de verbinding met de buurt te maken. Wij horen van school wat er in de wijk gebeurt, en andersom. Zo kunnen we daarop inspelen, of een leerling extra in de gaten houden. Ik vind het ook geweldig als een leerling door mijn begeleiding zelfvertrouwen krijgt en vooruitgang boekt. Veel ouders zeggen: dit zijn ook jouw kinderen. Dat doet veel met me, en zo voelt het ook echt. Als de kinderen opbloeien, doe ik dat ook.”

Wat vind je moeilijk aan dit werk?
“Die laagdrempeligheid van het contact heeft ook een keerzijde. Want waar trek je de grens? ‘Nee’ zeggen blijft soms lastig. Dan beantwoord ik toch nog even dat telefoontje, ook al is het zeven uur ’s avonds. Ik woon in dezelfde buurt als de school waar ik intermediair ben, dus veel mensen zien mij ook buiten werktijd. Juist dan word ik vaak aangesproken. Boodschappen doe ik daarom niet in mijn eigen wijk.
Ook vind ik het moeilijk als ik iets moet loslaten. Als ik niet méér kan doen voor iemand. Het liefst zou ik bij iedereen alle problemen wegnemen, maar dat is onmogelijk.”

Wat was voor jou een eyeopener in de vijf jaar dat je intermediair bent?

“Dat de zomervakantie niet voor iedereen een feest is. Niet elke ouder kijkt daarnaar uit. Zij missen de rust en regelmaat, hebben onvoldoende geld om dingen te doen, kunnen niet op vakantie. Een moeder vertelde me dat ze het allesbehalve fijn vond dat haar kinderen zes weken thuiszaten. Dat vond ik confronterend. Voor sommige kinderen betekent de vakantie ook een stap terug in hun ontwikkeling: er wordt niet gelezen, amper geleerd, weinig gesproken. Zo beginnen ze het schooljaar met een achterstand op hun klasgenoten.”

Stel dat je één ding mocht veranderen, wat zou dat zijn?

“Dan zou ik voor een aantal van onze gezinnen echt de financiële situatie verbeteren. Zodat ook zij een eerlijke kans krijgen. Ik zie wat het doet met een gezin: niet of niet op tijd eten. Of hoe ze door te weinig geld de verkeerde keuzes blijven maken. Deze ouders maken zich altijd zorgen en moeten overal tien keer over nadenken. Bijvoorbeeld of hun kind kan meedoen aan een schooltoernooi, want dan moet het wel voetbalschoenen hebben. En met helpen bedoel ik niet een zak geld geven, maar mensen echt begeleiden op een duurzame manier met geld om te gaan.”

Wat is je advies aan anderen die zich willen inzetten voor kansengelijkheid?
“Wees open-minded. Als je je openstelt ontdek waarmee je een ander echt helpt. En als je dit werk, net als ik, vanuit je hart doet, dan kan het niet misgaan.”

Intermediair Hasbia Ouali in haar kantoor op een van de basisscholen waar ze werkt.